Levenslijn

LEVENSLIJN: LEVEN EN WERK IN VOGELVLUCHT

EEN DOORN IN HET OOG

Gozen Doorn of Goos, zoals hij werd genoemd, staat vooral bekend om zijn schilderijen en beelden, waarvan een keuze hier wordt getoond. Een groot deel van zijn leven heeft in het teken gestaan van vormgeving en creatieve expressie. Om het creatieve proces achter zijn werk beter te begrijpen, zijn gevoel voor compositie, kleur en materiaal gebruik, wordt in deze overzichtsexpositie aandacht besteed aan zijn leven en werk. Aan de worsteling die hij had met zijn diepgewortelde grafische achtergrond versus de wens tot het maken van non-figuratieve kunst.

Gozen is in 1928 geboren in de buurt van de Amsterdamse havens, waarmee hij lang een band is blijven houden. Na een oorlogsopleiding, hij kwam in 1945 van de Mulo, ging hij op aanraden van zijn leraren naar het Grafisch Lyceum. Een trouwe schoolbezoeker was hij echter niet. In die jaren zwierf hij liever liftend door Europa en zong hij volksliedjes en negrospirituals op terrassen, in kroegen en zalen. In Bern en Parijs voor de radio.

Ondanks deze zwerftochten wist hij de grafische school met succes af te ronden. “Toen dacht ik dat ik het kon, maar ik kon er helemaal nog niets van. Je leerde penseel en potlood vasthouden, de techniek onder de knie krijgen, maar het fijne kon je pas in de praktijk leren.” Een aantal van de tekeningen hier getoond zijn rond de tijd van zijn opleiding en vlak daarna.

Zijn hang naar vrijheid, zijn maatschappelijke betrokkenheid, zijn gezin en de haven van Amsterdam worden door aantal van zijn linosnedes, illustratiewerk en zogeheten ‘artist impressions’ in beeld gebracht.

WERKSPOOR

Na zijn zwerftochten raakte Gozen, in het voetspoor van zijn vader, werkzaam op de tekenafdeling van Werkspoor. Een fabriek voor zware industriële machines, gevestigd in de Amsterdamse haven. Hier werden de talenten van Goos al snel breed ingezet; van reproductiewerk, standbouw ontwerpen, het illustreren voor uiteenlopende doeleinden tot het verzorgen en vormgeven van brochures en bladen.

Een bekend beeldmerk van zijn hand uit deze tijd zijn de gestroomlijnde goudgele snorren op de groene treinen. Stoptreinen die iedere dag Abcoude weer aandeden. Via het Werkspoor Pensioenfonds verhuisde het gezin Doorn eind jaren vijftig naar de nieuwbouwwijk Winkelzicht in Abcoude. In de volksmond al snel Werkspoor geheten, een geuzennaam voor de Mokumers die er woonden.

Gozen heeft zich in de 15 jaar bij Werkspoor kunnen ontwikkelen tot een ontwerper en reclameman pur sang én was begonnen met het schilderen van artist impressions en vrij werk.

Portret.
Het portret van Goos is gemaakt door portretschilder Tineke Baghuis, die hij ontmoette tijdens een studieperiode in Scheveningen.

VROEG WERK

Linosneden.
Het (aanstaande) vaderschap en zijn zwangere vrouw inspireerden hem tot het maken van een aantal prachtige linodrukken. De afgebeelde linosneden zijn, gezien de leeftijd van de kinderen, van midden vijftig. Een klein aantal van zijn linodrukken zijn door Gozen met inkt of verf ingekleurd of voorzien van een steunkleur. Ook voor de getoonde covers van de Werkspoor Courant, maakte hij gebruik van deze techniek.

Gozen zal, om te kunnen experimenteren met deze druktechniek, linoleum hebben gebruikt dat over was van een beurs, waarvoor hij de stand had ontworpen. De techniek is met speciale gutsen het linoleum weg te snijden rond de afbeelding die moet blijven staan. Met een roller wordt drukinkt op de hoge delen aangebracht. Drukinkt en inktrollers, die ook een belangrijke plaats innemen bij zijn eerste schilderwerk.

De laatste linosnede die Goos heeft gemaakt stamt uit 1972 en maakte hij naar aanleiding van de gijzelingsactie tijdens de Olympische spelen in München. Een uiteengereten helikopter in zwarte inkt afgedrukt op een rode steunkleur.

RECLAME EN ONTWERPSTUDIO

In 1964 begon Gozen voor zichzelf, als freelance ontwerper, graficus en kunstschilder. Zijn reclame en ontwerpstudio kreeg vooral opdrachten uit de wereld van de zware industrie. Gozen is in deze korte periode enorm productief geweest, bijvoorbeeld voor Grasso en heeft veel beeldmerken ontworpen. In deze periode werkte hij ook mee aan diverse decorbouwprojecten, waaronder dat van TiTa Tovenaar.

Zijn schilderwerk uit die tijd noemde hij modern figuratief. Het was zijn professionele achtergrond en zijn opleiding tot graficus en reproductietekenaar waarmee hij worstelde om non-figuratief te kunnen werken. Goos daarover: “Door mijn grafische en reclame achtergrond ben ik figuratief ingesteld. Non-figuratief is voor de kunstenaar het prettigste werken. Componeren van kleuren op een doek… Architectuur op papier…” Loslaten blijkt niet altijd makkelijk te zijn.

Toen het Amsterdamse Blauwhoed hem benaderde om voor hen te gaan ontwerpen en vormgeven, moest Gozen daar toch eerst over nadenken. Hij had inmiddels echter een gezin te onderhouden en als zelfstandige was het in het reclamevak vaak hollen of stilstaan. Om ruimte te houden voor opdrachten aan zijn ontwerpstudio en…. zijn schilderwerk, werd het (voorlopig) een parttime job.

PAKHOED

Zijn start bij Blauwhoed bleek kort te liggen voor de fusie met het Rotterdamse PHM tot Pakhoed. Gozen werd art-director van het nieuwe bedrijf en verzorgde de vormgeving daarvoor en van veel onderdelen van de holding, zoals Holland Avia Transport (HAT), Blauwfonds (vastgoed) en Rutges (transport). Hij ontwierp ook het nieuwe beeldmerk van de rode hoed voor Pakhoed. Een beeldmerk dat internationaal bekend staat en dat, na een latere fusie, nu nog onderdeel uitmaakt van het beeldmerk van Vopak.

Gozen was art director van de reclame afdeling, maar toen hem in zijn tijd bij Pakhoed in een interview gevraagd wordt wat hij liever is, kunstenaar of reclameman, antwoordt hij: “Ïk ben een volkomen gespleten figuur. Ik ben geen typische reclameman. Iemand die zich alleen bezig houdt met advertentiewerk. Ik ben meer allround. Maar het liefst schilder ik.”

Ook in deze periode maakte hij artist impressions van de haven, maar nu die van Rotterdam. “our world of columns, pipes and tanks” is een quote over deze werken in een Pakhoed uitgave.

In 1970, na nog even overwogen te hebben om uitgever te worden, besluit hij de sprong in het diepe te maken en definitief te kiezen voor de beeldende kunst.

ARTIST IMPRESSIONS

Gozen kende de Amsterdamse haven van jongs af aan. Tijdens de oorlog struinde hij het rangeerterrein in Amsterdam Oost en de haven af, op zoek naar kooltjes en hout. Zijn grafische beelden van de industriële haven zijn dan ook impressies die de rauwe industriële werkelijkheid tonen zoals hij deze kende.

Gozen werkte toen met drukinkt; “op een drukkerij kreeg ik een bus drukinkt in mijn handen en daar ben ik ’s avonds gelijk mee aan de slag gegaan: met een gewoon plamuurmes deze stugge inkt op papier brengen”. Hij had per toeval ontdekt dat een uitstreek met een mes mooie tonen en effecten opleverden, van bijvoorbeeld een heel fijn tot een grof raster, om vandaar uit verder te werken, inktlagen aan te brengen of te verwijderen.

Ook de Rotterdamse haven heeft hij middels artist impressions vastgelegd. Het grote verschil met de Amsterdamse haven was dat daar het accent lag op “columns, pipes and tanks” (zie quote).

Veel van dit werk is door Werkspoor en Pakhoed gebruikt voor diverse communicatie doeleinden. Originelen van dit werk zijn zeldzaam.

RUIMTELIJK VORMGEVER

Zijn overstap naar de professionele beeldende kunst was als het werken met plamuurmes in plaats van penseel, met drukinkt in plaats van olieverf, “een weerbarstige materie”. Goos ging het soms moeizame, vaak stugge gevecht met zichzelf en het materiaal aan. Zo ontstond ook zijn behoefte om zijn grenzen te verleggen en naast het platte vlak weer eens op driedimensionaal werk over te gaan.

Hoewel hij zich niet tot een stijl wilde bekennen, is in al zijn werk zijn grafische achtergrond aanwezig, soms duidelijk en door hem ook zo omschreven, dan weer in groter non-figuratief werk met minieme figuratieve details. In zijn werk zijn daardoor verschillende perioden goed te herkennen.

Ook in de publieke ruimte zijn objecten als het Telraam (1973), De 3 Zuilen (1979) en De Bonte Boom (1982), kunstwerken die ontstaan zijn vanuit een meer grafische benadering. Vooral het object De 3 Zuilen kende door zijn draaibare reliëfs een ongekend aantal beeldcombinaties van geometrische symbolen. Alle drie genoemde objecten zijn overigens door onachtzaamheid uit het straatbeeld verdwenen.

Bij de Schone Baadster (1984) voeren niet de geometrische figuren, maar ronde vormen de boventoon. Een beeld dat onder zijn handen is gegroeid, nadat Goos het had aangedurfd, om gewapend met kettingzaag, bijl en lepelguts, een ruim 600 kilo zware stam keihard azobé hout van 3,5 meter hoog, te lijf te gaan. Het was Gozen eindelijk gelukt los te laten. De Schone Baadster staat als symbool daarvan alweer ruim 30 jaar weer en wind te trotseren bij de entree tot Abcoude.

SOCIAAL BEWOGEN

Het is niet alleen Gozen als beeldend kunstenaar, die tot de verbeelding sprak, maar ook zijn betrokkenheid tot zijn omgeving. Opgegroeid in een sociaal bewogen gezin stelde Goos in vele opzichten zijn kunstenaarschap ten dienste van de gemeenschap.

“Een gemeenschap zonder interesse voor kunst en eigen cultuur
is in feite arm en in geestelijke nood”,

zo oordeelde hij eens. Deze levenshouding viel in Abcoude met zijn rijke verenigingsleven in goede aarde. Hij werd er een bijzonder geliefd kunstenaar, die op vele manieren heeft bijgedragen aan de gemeenschap.

Midden jaren zestig, niet lang nadat Gozen zich met zijn gezin in Abcoude had gevestigd, ontwierp Gozen al voor de nieuwe openbare kleuterschool een stalen speelobject: koets met paard, dat door de metaalbewerkers van Werkspoor werd uitgevoerd. Eigenlijk zijn eerste kunstwerk in de openbare ruimte.

Als zwemliefhebber raakte hij al snel betrokken bij het zwembad en zwemvereniging de Meerkoeten, en ontwierp het logo voor de club. De slogan die gebruikt werd bij de actie tot het realiseren van een nieuw overdekt zwembad: ‘Weet je wat ik wou, een overdekt zwembad in Abcou’ was een ingeving van de mokumer die Gozen altijd gebleven is. Voor de opening van het nieuwe Meerbad maakte hij het bekende paneel met daarop een grafische voorstelling van een waterpolowedstrijd.

Toen op het terrein van de Eendracht een Jeu de Boulesbaan werd aangelegd, gooide Gozen al snel een balletje mee. Later, toen de inmiddels vereniging, moest uitwijken naar het Kerkplein, toen nog niet bestraat, was zijn atelier aan het plein een tijdlang de uitvalsbasis voor de club. Ook voor deze vereniging ontwierp hij het logo.

Maatschappelijk geëngageerd als hij was, ondersteunde hij de lokale PvdA-afdeling bij diverse promotionele activiteiten en maakte posters voor de PvdA/PPR combinatie.

Hij ontwierp tevens het logo voor de vereniging Leefbaarheid Abcoude /Baambrugge. De eerste vereniging in Abcoude die zich sterk maakte voor de kwaliteit van de leefomgeving.

In het verlengde daarvan maakte hij een poster voor het in zijn ogen (en dat van vele andere kunstenaars) bedreigde zeldzaam mooie rivierlandschap van ’t Gein.

Het waren ook vooral de knotwilgen die hem inspireerden hem tot zijn bijdrage aan een kunstmap bij de viering van 900 jaar Abcoude en Baambrugge, waarbij zijn werk zinspeelde op het ontstaan van de nederzetting Abecewalde. Het randschrift van de zeefdruk luidt;

‘Woud
decor van toen,
vrij
toomloos bloeiend.
‘t Loof
veel in soort
geen vester stoort.
De mens
nam het woud
warmde zijn leden
nu groen
en vlak decor
van heden

 Eind jaren zestig werd hij door het bestuur van jeugd sociëteit Mahadma /de Witte boerderij uitgenodigd te komen exposeren. Hij is daar vervolgens nooit meer vertrokken. Begin jaren zeventig was hij een tijdlang bestuurder van de sociëteit en stond de jongeren met raad en daad terzijde. Jarenlang maakte hij tijd vrij voor het tekenen van de posters van Mahadma, die meestal gisteren al klaar hadden moeten zijn. Voor de rechtsopvolger Tumult heeft hij voor de opening nog een enorme wandschildering en later nog vele affiche ontwerpen gemaakt.

Ook voor bekenden of initiatieven waar hij een gevoel bij had, was hij bereid belangeloos of ‘voor weinig’ zijn talenten in te zetten. Voor de stichtingen Musicians United (stichting voor de promotie van etnische muziek), Open Jongerenwerk Diemen / Stennis, culturele stichting Morgenland en poppodium de Eland ontwierp hij logo’s als ook voor bedrijven als Acoustic Works Soundwave (AWS) HvM AV projecten, e.v.a.

Vaak samen met kunstschilder Jan Vluggen gaf hij les aan leerlingen van de basisschool en hield workshops. Samen gaven zij in 1988 het startsein voor het Open Atelier in Abcoude. De zeer succesvolle 2-jaarlijkse atelierroute van Abcoude is daaruit voortgekomen.